Voor hij vertrok had hij nog een A4-tje op de voordeur geplakt. ‘Welkom thuis pa en Lenie’, met daaronder een groot hart met een pijl erdoor.
Hij was ook naar de bloemenstal gegaan. Daar had Kees hem uitgelegd hoe het komt dat anjers de tering leggen op je handel, en dat hij dat onkruid dus ergens anders moest gaan halen als hij het per se hebben wilde. Daar was geen tijd meer voor.
Hij wist niet helemaal zeker of z’n pa blij zou zijn met dit welkom. Hij was het soort man dat bij een reservering in het theater weigert zijn naam en postcode te geven. Eén van beide is prima, maar als je iemand die weet wanneer je in het theater zit je naam én je postcode geeft, dan maak je het de inbrekers wel heel gemakkelijk. Een bordje met ‘welkom thuis’ insinueert dat iemand nu elders is, en als hij al boos zou zijn vanwege dat verraad dan zouden die anjers het vast niet beter maken.

De afgelopen maand had pa steeds foto’s gestuurd. Van het schip, van zijn hut, van het uitzicht over de Rijn, van de enorme kastenwand vol sterke drank. ‘Iets voor ons!!’ had hij erbij geschreven.
Dat was in de eerste week. De tweede week bleef het stil toen Cor stuurde dat de kanariepietjes van slag waren. Dat hij z’n ouwe zelf ook miste schreef hij niet, maar hij wist dat het zo was omdat hij iedere keer dat hij langs de kapstok liep zijn gezicht tussen de jassen duwde om hem te ruiken.

De derde week stuurde pa ‘sorry’ en dat hij het druk had gehad, gevolgd door een foto van hem samen met een vrouw die later Lenie bleek te heten. Ze had dezelfde huid als de vrouwen vroeger op de camping in Spanje. Een soort bruin crêpepapier dat precies niet doorschijnend is, in scherpe vouwen naar beneden hangend. Het verbaasde Cor toen dat dat vel bestand was tegen de hoekige botten die van binnenuit toch aardig wat druk moesten uitoefenen. Pas toen zijn eigen huid losser werd begreep hij dat het vel van bejaarde vrouwen zo ruim zit dat het met die druk wel meevalt.

Vanaf die derde week kreeg hij steeds foto’s van Lenie met iets. Lenie met op de achtergrond de wijngaarden van Rüdesheim, Lenie met een bord reibekuchken voor zich, Lenie met een enorme sachertorte op haar schoot, ze hield kennelijk van eten. Lenie naast het zwembad op het schip, Lenie’s hand met de gevlekte hand van pa ernaast en aan beide handen een identieke ring.
De woensdag van de vierde week vroeg pa of Cor ervoor kon zorgen dat het huis spik en span zou zijn als ze zouden arriveren. Op vrijdag schreef hij ‘Lenie heeft een hekel aan vogels.’
Nu zat Cor dus in de bus. In beide jaszakken een kartonnen doosje met een kanariepiet. Op weg naar zijn gemeubileerde kamer. Want dat had pa ook gestuurd, dat het daarvoor nu de hoogste tijd was.

Advertenties