1. Het huis

Onder het dakterras – vlonders, een ligstoel, de zon – is er die kamer, dat bed, weet hij, waarin zij ligt. Hij ziet haar niet. Ze kijkt naar de muur. Ook dat weet hij, dat doet ze altijd.De muren zijn strak; het is een nieuw huis. Glad, elke hoek een rechte. Hoewel er niets hangt laat dat ‘niets’ geen vrije ruimte.
Het enige dat in de kamer past is een lichaam. Dat van haar.
Sinds zij daar is is hij er één keer geweest.
Hij had voor de deur staan luisteren. Niets gehoord, was toen op de grond gaan zitten. Na een tijdje verschoven zodat hij zijn oor tegen de deur kon drukken. Nog steeds niets gehoord. Tenslotte aangeklopt. Ze was er niet.
Zij is er altijd. Altijd en totaal.
Die keer was ze misschien naar een film. Kijken naar een film verschilt niet veel van kijken naar een muur, behalve dat het een ander soort muur is. Bewegend, kleuren, lichten.
In de filmzaal in de stad wordt eens in de maand een stomme film vertoond.

2. Het dier

Eerder, voordat zij daar was, woonde er een poes in de kamer. Het stond haar vrij zich door het huis te bewegen, maar die behoefte had ze niet. Anders dan bij een mens is het bij een poes gemakkelijk behoeftes te herkennen. Beweegt ze zich dan heeft ze daar behoefte aan. Doet ze dat niet, dan niet.
Ondanks de open deur kwam de poes de kamer niet uit, die negen vierkante meters waren voor haar genoeg.
Het grootste verschil met de kamer zoals die nu is, zit in het feit dat hij er toen nog naar binnen kon. Het karakter van de poes was gastvrij. Of: de kamer was haar territorium niet. Haar territorium was de doos waarin ze lag, steeds een nieuwe die hij voor haar meenam uit de winkel, en die ze zelf af en toe verplaatste naar een andere plek in de kamer. Ze sliep daarna een paar uur extra tevreden. Alsof ze de zaken onder controle had, of misschien was dat zijn verbeelding.

3. Het bos

Geen van hen heeft ooit gewerkt. Hij niet, zij niet. Niet fysiek. Geen krachtwerk.
Ze is naar de bouwmarkt gegaan omdat ze liever geld uitgeeft dan aan de buurman te vertellen waarom ze zijn schep wil lenen.
Hij zou haar naar binnen vragen, koffie zetten en het verschil tussen een schep en een spade uitleggen. Haar interesseert dat niet. Het punt is dat er een gat mee gegraven kan worden, in de bouwmarkt begrijpen ze dat.
De doos vraagt om een groot gat. Als hij had geweten dat de poes dood zou gaan, had hij haar een bananendoos gegeven, in plaats van deze waar een wasmachine in past.
Zij loopt voorop. Meters verder loopt hij met in zijn hand de doos en over zijn schouder de poes. Hij schreeuwt. Hij gebruikt geen woorden maar waar het om gaat is dat het haar schuld is.
Alles, maar vooral de poes.
Zij verstaat hem en ze vindt dat het waar is. Het is haar schuld. Het is niet meer dan redelijk dat zij het gat graaft. Van het pad af, zoeken naar een plek waar tussen de bomen ruimte is, haar verse schep de grond in. Lichaamsarbeid.
De poes redt ze er niet mee en misschien ook niets anders, maar in elk geval maakt ze het zo niet erger.

4. De Noordelijke Ijszee

De Noordelijke Ijszee bedekt een gebied van ongeveer veertien miljoen vierkante kilometer.
De natuur kent geen vierkanten, die zijn bedacht door de mensen. Voor orde, voor overzicht. In de Ijszee zijn geen kamers, geen poezen, geen scheppen. Geen overzicht.
En ook: je komt er alleen terecht als je dat zo bedoeld had. Of: als je afdrijft of neerstort, of als al die dingen tegelijk aan de hand zijn.
Zo ongeveer dat is hier het geval. Bedoeld neergestort, bedoeld afgedreven.

Ijsschotsen die los raken van het land kunnen groot zijn, en gevaarlijk voor de scheepvaart. Onder een bepaalde zeestroom drijven ze af naar de vaarroute tussen Noord Amerika en Europa. Scheepsradars letten dag en nacht op ijs. Dat maakt het, eenmaal op de vaarroute, gemakkelijk de weg naar huis terug te vinden.
Hij vraagt zich af hoe lang een mens kan overleven op zo’n schots, en hoe vaak de route bevaren wordt. Praktischer: of hij kan overleven totdat hij wordt opgemerkt door een ijsbreker of een olietanker die hem naar de kant brengt. Het zal dan zijn alsof hij per ongeluk maar door het lot terug thuis is beland.

Advertenties