Juli is een slechte maand om dingen te verkopen. Dat weten wij; waar wij wonen zijn mensen op vakantie in juli. De meeste in Frankrijk en Duitsland, sommige in Roemenië (Lisette en Rob).
Sommige gaan met het vliegtuig, niemand gaat buiten Europa. Hanne en Simon zijn met Evert en Viënna vertrokken in een auto. Ze wilden niet vertellen waarnaartoe, wij denken daarom dat ze op een naaktcamping staan.
De mensen die op vakantie zijn hebben hun huizen verhuurd aan mensen die hier op vakantie willen. Bij ons is het rustig. Er is een bos. Door het bos loopt een riviertje en er staan ook picknickbanken. Het is een goede plek om op vakantie te gaan als je hier niet al woont.
Wij hebben ontdekt dat mensen in vakantiehuizen veel geld uitgeven maar niet graag spullen kopen. Dat begrijpen wij. Spullen zijn onhandig omdat je er tijdens de vakantie op moet passen en ze daarna mee naar huis moet nemen. Grote dingen kunnen niet in rolkoffers en andere dingen zijn onafhankelijk van hun grootte verboden in vliegtuigen, omdat ze gevaarlijk zijn voor passagiers of om een andere reden illegaal. Een nep-Rolex mag niet mee, een neppistool evenmin. Wij hopen op een koper die met de auto komt. Ons kind past makkelijk in een kofferbak.

Wij beheren de sleutels van de verhuurde huizen. Er is hier geen VVV, dus geven wij iedereen die bij ons een sleutelbos komt halen een lijst van kantoren in de omringende dorpen. Daar weten ze ook wat er bij ons te doen is, zo veel is dat niet.
De mensen kunnen paarden huren om in het bos te rijden of naar de geitenboerderij gaan en geiten melken. Ze kunnen de melk opdrinken om thuis aan iedereen te vertellen hoe bijzonder, maar toch ook smerig die smaakte. Als het verblijf lang genoeg duurt kunnen ze van de melk een kaas maken. Ze kunnen die mee naar huis nemen om iedereen zelf te laten proeven hoe bijzonder, maar toch ook smerig hij smaakt.
Na het paardrijden of de geiten kunnen ze eten bij De Gulden Gaeper of drinken bij De Brasserie totdat ze zich thuis voelen in het vakantiehuis, terwijl het die middag nog voelde alsof ze op bezoek waren. Mensen zijn gehecht aan hun huis. Als ze dronken zijn hangen ze minder aan hun eigen bank of schilderijen, dan voldoen die van anderen ook.
Dronken mensen lijken op ons. Wij vinden: een bed is om in te slapen, een schilderij is om naar te kijken. Het maakt niet uit in welk bed of naar welk schilderij.

Wij vinden het belangrijk om te allen tijde afstand te kunnen doen. Soms staat er iets voor de deur waar wij gevoelens voor zouden kunnen krijgen. Dan zeggen we dat het niet altijd zo zal blijven. Bijvoorbeeld ‘wij zullen ons niet hechten aan dit konijn, het is hier maar tijdelijk’.  Wij noemen het ‘het’. Niet omdat we niet weten of het een mannetje of een vrouwtje is, maar omdat geslacht niet van belang is bij iets waaraan je niet gehecht bent. Het gaat om de functie.
In het geval van een konijn zijn er twee functies; knuffelen en opeten. Het maakt niet uit welk konijn je knuffelt en opeet. Het konijn is inwisselbaar.
Zo zijn de regels.
Wij verkopen onze spullen om zeker te weten dat we zonder kunnen: onze buffetkast, onze kachel en de foto’s van onze oma’s waren we vergeten zodra ze over onze drempel naar buiten werden getild.
De wasmachine hebben we even gemist. Wij wassen nu in water en sop. Het is veel werk maar we worden rustig van roeren en kneden in stof en het water maakt onze handen zacht. Onze kleren werden moeilijk droog zonder centrifuge. Daar hebben wij over nagedacht en toen hebben we gaten geboord in een emmer. Daar doen we de natte was in, we knopen er een touw aan en we zwaaien de emmer heel hard rond.
Ons dekbed misten wij het meest. We verkochten het in november. Dat is een goed moment om een dekbed te verkopen, maar een slecht moment om er geen te hebben. Volgens onze regels mochten wij geen nieuw dekbed kopen, dus hadden wij het koud. Nu houden wij onze kleren aan als we naar bed gaan.

Wij begrijpen dat je geen baby kunt grootbrengen als je volgens onze regels leeft. Een baby maakt dingen onmisbaar, bijvoorbeeld een speen en een knuffel. Een baby vindt een knuffel niet inwisselbaar. Een baby slaapt met één knuffel goed en met elke andere knuffel niet. Dat kunnen wij niet hebben.
Op de parkeerplaats voor de kliniek stond een kleine vrouw met een groot protestbord en een map vol foto’s van lachende baby’s. Wij bekeken de foto’s. De vrouw vertelde ons dat het kind in stukken gesneden zou worden om het uit mij te kunnen halen. Ze had ook foto’s van versneden kinderen, die zaten achterin de map. Wij doen mensen graag een plezier dus bekeken wij alle foto’s voordat we naar binnen gingen.
Het is niet waar dat kinderen versneden worden. Ons kind is onbeschadigd, dat hebben wij nauwkeurig gecontroleerd. Wij weten niet hoe de vrouw aan die foto’s kwam.
Het is een mooi kind. Kunstig geplooid alsof het een koprol maakt. Het lijkt precies op de foetussen op foto’s in voorlichtingsboeken: een mens in het klein met een hoofd dat te groot is voor het lijf en gemaakt van dun, strak gespannen rubber. Een filmlaagje donkerroze, daaronder een laag met blauwpaarse aderen en in het voorhoofd twee zwarte dopjes. Onder het ribbenkastje zit een donkerblauwe vlek, ik denk dat dat de longen zijn.

In de zeventiende week heb ik de vingerafdrukken gemaakt. Martin wilde al eerder naar de kliniek maar dat heb ik geweigerd. Ik wilde zulke kleine vingerafdrukjes wel eens zien. Toen ze klaar waren hebben wij gebeld om een afspraak te maken. We mochten de volgende dag komen.
De arts zei dat mensen hun foetus wel vaker mee naar huis willen nemen. Ze had een bril op en haar haar in een staart. Wij hadden een lege yoghurtemmer bij ons omdat we niet wisten hoe groot een foetus van achttien weken precies is.

Thuis hebben wij het kind in een grote glazen pot gestopt. Je kunt online sterk water kopen, dat hebben we erbij gegoten.
Met het kind in de pot was bijna niets van wat wij hadden nog langer onmisbaar. De kinderwagen hebben we verkocht aan Thea. Zij heeft een slechte rug en kan haar baby niet in een draagzak meenemen. In de supermarkt vonden wij een kaartje van iemand die vluchtelingen helpt. In opvangkampen worden veel baby’s geboren dus er is daar een tekort aan bijna alles. Wij hebben alle kleertjes en alle flessen in een doos naar Griekenland gestuurd. De wieg is terug bij Philip, die gaat hem aan iemand anders geven.

Wij denken dat ons kind valt onder zaken die niet mee mogen in de handbagage; het staat onder  meer dan 100 milliliter sterk water. In het ruim vriest de pot zonder twijfel stuk. Mensen met een auto of een fietstas kunnen het kind gemakkelijk meenemen. Auto’s en fietsen worden bij ons bijna nooit gecontroleerd. Als de koper toch wordt aangehouden geeft het kind misschien een probleem. Dat is hoe dan ook niet ons probleem: wij laten de dingen los zodra ze ons huis verlaten.

Illustratie: Bas van Genugten

Advertenties